vrijdag 18 november 2016

Mensenrechten van sekswerkers



Het Netwerk VN-Vrouwenverdrag had voorgesteld om in de openingsspeech van minister Bussemaker bij de CEDAW-sessie op te nemen dat de Nederlandse regering groot belang hecht aan het bevorderen van de mensenrechten van sekswerkers. In de ogen van het Netwerk zou een dergelijk politiek statement belangrijk zijn in de CEDAW-contekst. Daarnaast echter zeer zeker ook in het internationale vrouwenrechten en gender equality debat.

De internationale context
Een deel van de vrouwenorganisaties –zich ook wel ‘radicale feministen’  noemend -  vindt dat prostitutie uit den boze is en altijd gedwongen en dat sekswerk een vies woord is. De meeste van deze (vrouwen) organisaties zijn voorstander van het strafbaar stellen van klanten. Zonder klant geen prostitutie is de redenering van deze “End demand” beweging. In een aantal landen heeft deze abolitionistische stroming politiek succes geboekt: daar zijn klanten strafbaar gesteld – met name in Scandinavische landen en Frankrijk. De meningen lopen uiteen over de vraag of deze aanpak inderdaad prostitutie of vrouwenhandel (in de visie van deze groep hetzelfde ) doet verminderen. Er zijn geen overtuigende cijfers.
Diverse feministische gremia zijn  gekidnapt of verlamd door het prostitutiedebat. Een van de drijvende krachten in het ‘abo-kamp’ is de Europese Vrouwen Lobby (EWL). Na jaren proberen zijn abolitionisten erin geslaagd op een vrijdagachternamiddag een resolutie van die strekking aangenomen te krijgen (de meeste afgevaardigden hadden de vergaderzaal op dat moment al verlaten op weg naar huis).

Amnesty International en UN Women
Aan de andere kant staan vrouwenrechten, mensenrechten, sekswerkers en anti-mensenhandel organisaties, die sekswerk als werk erkennen. Zij gaan ervan uit dat niet criminaliseren maar rechten waarborgen de beste bescherming is tegen dwang en geweld. De opvatting van dit deel van de vrouwenbeweging vind je bijvoorbeeld in het “Feminist Manifestoin support of sex workers  Rights
. Veel internationale organisaties steunen inmiddels deze visie, zoals UNAIDS, UNDP en de WHO. In 2015 heeft ook Amnesty International  positie bepaald in dit debat.
Een beleidsnota waarin de noodzaak van decriminalisering van prostitutie met het oog op de bescherming van de mensenrechten van sekswerkers centraal stond haalde het uiteindelijk op de jaarvergadering in de zomer van 2016. Dit ondanks een storm aan reacties uit het abo-kamp.
In de zomer van 2016 startte UN Women een open internet consultatie over het onderwerp. Opnieuw een overvloed aan pro en contra reacties. De uitkomst is nog niet bekend.

CEDAW en prostitutie dan wel sekswerk
Het VN-Vrouwenverdrag kent in art. 6 een verplichting voor verdragstaten om alle vormen van handel in vrouwen en van het exploiteren van prostitutie te bestrijden met wetten en beleid. Dit artikel is tot dusver, ook in CEDAW-context,  opgevat als het bestrijden van gedwongen prostitutie,, zonder een standpunt over de term sekswerk in te nemen. Het CEDAW-Comité keek vooral naar de effecten van beleid en wetgeving op de positie van prostituees. Zo uitte het in de Conclusies enaanbevelingen aangaande Nederland in 2010 zijn zorgen over de effecten van de voorgenomen verplichte registratie en drong aan op een risico-analyse in samenspraak met betrokkenen en andere relevante organisaties. Het vroeg verder om in de volgende rapportage concrete informatie te verschaffen over de maatregelen die de Nederlandse regering heeft genomen om de arbeidsomstandigheid van prostituees te verbeteren en hun autonomie, privacy en veiligheid te bevorderen. De laatste jaren echter lijkt het aantal strijdbare abolitionisten in het comité toe te nemen.
In die context leek ons een uitspraak van de Nederlandse regering in de openingstoespraak strategisch van belang. Ze is immers voorstander van het bevorderen van mensenrechten van sekswerkers en subsidieert daarom ook PROUD, de vakbond van sekswerkers. Dat zou het de pro-mensenrechten-sekswerkers in het CEDAW-Comité gemakkelijker maken een compliment hiervoor op te nemen in de Concluding Observations.

Toch niet opgenomen in de toespraak van de minister
Met een positief advies van de PV (Permanente Vertegenwoordiging bij de VN in Geneve), het verantwoordelijk departement (Veiligheid & Justitie) en instemmende bewoordingen vanuit de Directie Emancipatie dachten we dat er geen beren meer op de weg zouden zijn. Misgerekend, al weten we nog niet wat nu de doorslag heeft gegeven om geen positief statement op te nemen in de toespraak.

Revanche?
Gelukkig heeft de minister zich later in de sessie wel positief over de mensenrechten van sekswerkers uitgelaten. In antwoord op een vraag naar programma’s ter bevordering van het verlaten van de prostitutie antwoordde ze: If it’s her decision (to engage in sex work) we want to support her and inform her about her rights and support her in exiting ONLY if she wants to.” Met dank aan Hella Dee van PROUD die deze uitspraak via Twitter onmiddellijk deelde.
Of met deze duidelijke uitspraak strategisch ook  de kansen voor een positieve uitspraak over mensenrechten van sekswerkers door CEDAW bevorderd zijn, valt te bezien.
Lukt dat niet dan kan de regering zich revancheren met een side-event tijdens de Commission on the Status of Women komende maart.

Leontine Bijleveld
(met dank aan Marjan Wijers)




woensdag 16 november 2016

Foto's en nieuwsbericht

Precies een week geleden begon onze Lunch Briefing met het CEDAW comité; ons moment om de comité leden te laten zien welke belangrijke issues er de volgende dag besproken zouden moeten worden. We waren goed voorbereid door de vrouwen van het IWRAW (International Women's Rights Action Watch Asia Pacific) hoe we onszelf het beste konden presenteren.

Rondleiding door het Palais des Nations: de zaal van de Lunch Briefing 

Een deel van het geweldige IWRAW team




Na de Lunch Briefing was er 's avonds een welkomstreceptie met de regeringsdelegatie ter gelegenheid van de dialoog die de volgende dag gehouden werd. Hier spraken we met verschillende ambtenaren, mensen van de ambassade en de minister zelf.

Met Rochus Pronk (zoon van) van de PV (Persoonlijke Vertegenwoordiging)

Met minister van OCW Jet Bussemaker

De Constructive Dialogue begon met een openingsspeech van minister Jet Bussemaker. Hierna kon het comité vragen stellen van 10.00 tot 13.00 uur en van 15.00 tot 17.00 uur. Over deze vragen en de betreffende issues is in de vorige blogs geschreven door teamleden.
In het daaropvolgende weekend plaatsten het VN-Vrouwenverdrag in samenwerking met Janneke van Heugten (Mediaplatform VIDM) een persbericht. Kort daarop werd de sessie ook in het nieuws opgemerkt.

Nu is het wachten op maandag 21 november, waarop de Concluding Observations (aanbevelingen) van het CEDAW comité zullen verschijnen. Leontine Bijleveld (voorzitter Netwerk VN-Vrouwenverdrag) is langer in Genève gebleven om nog te kunnen lobbyen voor deze aanbevelingen en het benoemen van onze punten. Het ziet er goed uit maar is nog altijd even afwachten. Maandag zal er een persbericht volgen over deze aanbevelingen!

Floor van Schagen
Secretaris Netwerk VN-Vrouwenverdrag 


The devil is in the detail


Minister Bussemaker doorstond het spervuur van vragen van de CEDAW-leden op het eerste gezicht bewonderenswaardig accuraat. Al kreeg de minister (uiteraard) allerlei papieren met antwoorden aangereikt van haar ambtelijke ondersteuners, ze maakte toch beslist de indruk de materie behoorlijk te beheersen. Bovendien straalde ze gedrevenheid en betrokkenheid uit. ‘Passie voor vrouwenrechten’  is wellicht wat overdreven, maar toch ook niet ver bezijden de waarheid. Verschillende NGO/CSO vertegenwoordigers kennen haar nog uit de vrouwenbeweging of vrouwenstudies, jaren geleden. Wat dat betreft is Bussemaker een van de beste emancipatieministers van de afgelopen tien, vijftien jaar. Mijn rapportcijfer zou dan ook beslist hoger zijn dan de NRC haar eerder deze maand toebedeelde.

Op het tweede gezicht
Op die accuratesse valt op het tweede gezicht wel wat af te dingen. Zoals uit verschillende eerdere blogs blijkt, verzuimde de minister op cruciale vragen of onderdelen daarvan antwoord te geven, waardoor het antwoord net niet to the point was of juist in een ander daglicht kwam te staan. Of ze herhaalde simpelweg was al in de regeringsrapportage of in de antwoorden op de List of Issues had gestaan. Dat valt vooral specialisten op de verschillende issues op. Leden van het CEDAW-Comité zijn beslist als specialist te kwalificeren - 23 deskundigen van hoog zedelijk aanzien en uitzonderlijke bekwaamheid op het terrein dat door dit Verdrag wordt bestreken (uit art. 17 VN-Vrouwenverdrag). Bovendien bereiden ze zich goed voor met de schriftelijke inbreng van de regering en laten ze zich graag door andere bronnen informeren – schaduwrapportages, informatie van andere verdragscomité’s, rapporten van regionale kennisinstellingen, zoals EIGE (European Institute for Gender Equality).

Verschil met Tweede Kamer debatten
Daarin zal het verschil liggen met de AO’s (Algemeen Overleg) Emancipatie in de Tweede Kamer, waar de minister zo goed als nooit in de problemen komt als ze op dezelfde wijze als in Genève het woord voert, althans qua inhoud. Ze steekt er met kop en schouders bovenuit. Voor de emancipatiewoordvoerders in de Tweede Kamer is het onderwerp meestal maar een van de vele en meestal niet het belangrijkste. Daarnaast speelt er het politieke spel, de interrupties, voor de politieke buitenstaander gaat het vaak nergens meer over.

Uitgebreide ambtelijke voorbereiding
De ambtenaren hadden de CEDAW-sessie naar eigen zeggen goed voorbereid. Op alle mogelijke vragen waren al te voren antwoorden uitgeschreven. Het heeft er echter alle schijn van dat ze bij de voorbereiding een Tweede Kamer overleg voor ogen hadden, waar vaak niet doorgevraagd wordt als er maar een half antwoord komt, of een voor kenners cruciaal element genegeerd wordt. Bovendien schroomden ze er niet voor vrijwel letterlijk te herhalen wat in de schriftelijke stukken stond. Kortom: een defensieve benadering.

Wandelgangengemopper
Geen wonder dat in de pauze en na afloop ambtenaren klaagden over de mate van gedetailleerdheid van de vragen – waar ze zich overigens op hadden kunnen voorbereiden aan de hand van de schaduwrapportages. Terwijl comitéleden mopperden den over de vaagheid en algemeenheid van de antwoorden. Inderdaad: the devil is in the detail.
Bussemaker was goed begonnen door in haar openingsspeech ruiterlijk te erkennen dat er weliswaar veel bereikt was in ons land, maar dat er ook nog een aantal grote uitdagingen is. Ze noemde als voorbeelden het bestrijden van stereotypen, geweld tegen vrouwen en het tekort aan vrouwen aan de top.

Instapfeminisme
De minister besteedde in haar
openingsspeech relatief veel aandacht aan het essay van Chimamanda Adichie Waarom we allemaal feminist zijn), waarschijnlijk zonder te weten dat het net door Marja Pruis in de Groene Amsterdammer treffend als ‘instapfeminisme’  was gekwalificeerd. De aandacht voor Adiche was ongetwijfeld ingegeven door de recente gepubliceerde Nederlandse vertaling van het essay. Vanuit international perspectief gezien oud nieuws, de oorspronkelijk Engelstalige tekst was al ruim drie jaar oud. Kortom niet iets wat je gepokt en gemazelde CEDAW-leden hoeft uit te leggen. Strategisch gezien niet echt een winner (over een vanuit het Netwerk aangedragen alternatief een ander blog).

Gemiste kansen
De (ghostwriters van de) minister heeft (hebben) zich, met de beste bedoelingen ongetwijfeld, niet erg empatisch getoond. Het Comité hoeft niet overtuigd te worden om feminist te zijn en zit ook niet te wachten op mondelinge recycling van reeds eerder beleden schriftelijke uiteenzettingen. Ze zitten wel te wachten op een volledig en eerlijk antwoord op hun vragen. En op een werkelijke dialoog. Die was er op een aantal momenten, ten dele gevolgd door de toezegging van de minister ‘to take it into consideration’, maar merendeels  was het verdediging en halve antwoorden. Een en ander zal waarschijnlijk weerspiegeld worden in de Concluding Observations van het Comité die op 21 november a.s. gepubliceerd zullen worden – we gaan het zien. Voor de toekomst: waarom het Comité niet gevraagd om ideeën (guidance), wellicht ontleend uit andere landen, voor een succesvolle aanpak van hardnekkige problemen?

Leontine Bijleveld
op persoonlijke titel

zondag 13 november 2016

Persbericht


Bussemaker creëert rookgordijn rond vrouwenrechten
VN-comité ontzet over negeren van afspraken

Met deze provocerende kop boven een persbericht hoopt het Netwerk VN-Vrouwenverdrag media aandacht te genereren over de CEDAW-sessie.

Het Netwerk dankt Janneke van Heugten van Mediaplatform VIDM voor haar inzet.

Veel aandacht voor buitenlands beleid bij CEDAW


Anders dan voorgaande jaren heeft het CEDAW-Comité tijdens de sessie verschillende vragen gesteld over het  buitenlandse beleid. Daarbij baseerden ze zich ten dele op de informatie uit de schaduwrapportages. Zo vroeg CEDAW-lid Oby Nwankwo (Nigeria) om in te gaan op de effecten van de maatregelen tegen het terrorisme (eerste schaduwrapportage en Annex para 7) onder verwijzing naar de relevante studie over de implementatie van UNSC Resolutie 1235 van UN Women van vorig jaar. Ook vroeg ze naar de stand van zaken betreffende gender mainstreaming in het internationale beleid en de internationale programma’s - meer specifiek naar die terreinen die volgens de IOB-evaluatie van najaar 2015 als zwak waren gekwalificeerd: private sector development, social corporate responsibility, conflict and CTM. De teleurstellende verschuiving van middelen voor vrouwenrechtenorganisaties naar de noordelijke intermediairen kwam ook aan bod (FLOW II – zie schaduwrapport women's major group). Net als de activiteiten ter uitvoering van UN-resolutie 1325 over vrouwen en conflict.

Gender mainstreaming bij BuZa goed op koers (?)
Volgens minister Bussemaker lag het allemaal goed op koers. Na de evaluatie waren specifieke werkplannen gemaakt op het ministerie van buitenlandse zaken, handel en ontwikkelingssamenwerking. Gender mainstreaming was goed geborgd en er was op 8 maart 2016, samen met veel NGO’s een 3de Nationaal Actieplan 1325 gepresenteerd. Gender is goed geïntegreerd in de vredesmissies waar Nederland aan deelneemt.
De minister lepelde in hoog tempo op hoeveel vrouwenrechtenorganisaties in het Zuiden profiteerden van FLOW II en dat waren er nog meer dan onder FLOW I en het MDG 3 fonds. Ondergetekende kon het allemaal niet zo snel bijhouden en vroeg zich af waarom er dan zoveel organisaties te hoop gelopen waren tegen de uitkomsten van FLOW II (als het helemaal niet slecht uitpakt). Wat dat betreft was het jammer dat er geen ondertekenaar van het schaduwrapport die zich op het internationale beleid richt, aanwezig was tijdens de sessie (of via de moderne media op de achtergrond beschikbaar).
Het zou een geweldige prestatie zijn als BuZa nu inderdaad binnen zo korte tijd de verbeterslag wat betreft gender mainstreaming gemaakt heeft. Dan moet dat bij andere ministeries ook lukken.

Vrouwenrechten geborgd bij wapenexport naar Egypte?
In tweede termijn kwam er een onverwachte wending: CEDAW-lid Pramila Pratten uit Mauritius vroeg hoe het zat met de waarborgen voor vrouwenrechten en mensenrechten in het algemeen bij de wapenexport vanuit Nederland als grote wapenexporteur. Ze had vernomen dat NGO’s, die vanuit mensenrechten-perspectief via de rechter bezwaar wilden maken tegen wapenexport naar Egypte/Jemen bot hadden gevangen.
Begrijpelijkerwijs kon de minister daarop niet zomaar antwoord geven. Dat kwam later tijdens de sessie: een mensenrechtentoets is (volgens de regering) integraal, zij het niet openbaar, onderdeel van het proces van verlenen van vergunning tot wapenexport.
Het Netwerk VN-Vrouwenverdrag hoorde later dat NGO PAX  zowel door de bestuursrechter als door de civiele rechter niet-ontvankelijk was verklaard in hun zaken tegen Nederlandse wapenexport. De potentiële buitenlandse slachtoffers moeten zelf in Nederland een procedure aanspannen. Bestuursrechtelijk hoger beroep in de zaak van PAX c.s. tegen wapenexport naar Egypte/Jemen loopt nog.


Betere waarborg voor groepsacties noodzakelijk
Werk aan de winkel dus: mensenrechtenorganisaties moeten ijveren voor wetswijziging om de oorspronkelijke bedoeling van de groepsactie weer in de Nederlandse wet geborgd te krijgen. Die was dat NGO’s en vakbonden konden procederen namens (potentiële) slachtoffers.
Misschien dat CEDAW en andere op VN-mensenrechtenverdragen toezichthoudende comitée's nog een duit in het zakje doen.
Het zou de regering echter sieren als ze zelf voor reparatie zou zorgen.
 
Leontine Bijleveld
Voorzitter Netwerk VN-Vrouwenverdrag

zaterdag 12 november 2016

Illegale registratie sekswerkers door gemeenten


-->  --> -->
Tot twee keer toe vroeg het CEDAW-Comité hoe het zat met de illegale registratie waartoe verschillende gemeenten sekswerkers verplichten. Beide keren bleef minister Bussemaker het antwoord schuldig. Wel heeft de minister uitvoerig uitgelegd dat de wet aangaande regulering prostitutie was aangehouden door de Eerste Kamer en dat het herziene wetsvoorstel daar binnenkort behandeld wordt. De Eerste Kamer had inderdaad grote bezwaren tegen de verplichte registratie van sekswerkers. Dat gemeenten die desondanks opleggen is regelrechte wetsontduiking. Maar dat wilde minister Bussemaker (kennelijk) niet met zoveel woorden erkennen tegenover het CEDAW-Comité.

Leontine Bijleveld i.s.m. Hella Dee (Proud) en Marjan Wijers (schaduwrapportageteam)

Achtergrond informatie over de aangehouden wet en het herziene wetsontwerp is te vinden op sekwerkerfgoed.nl en de opiniepagina van de Vereniging voor Vrouw en Recht.

vrijdag 11 november 2016

Beperking toegang tot het recht voor gemarginaliseerde groepen

-->
Een van de issues uit de schaduwrapportage (para 4) is dat het sinds 2015 voor belangenorganisaties moeilijker is geworden om namens een groep burgers naar de rechter te stappen bij schending van hun rechten door de overheid. De Hoge Raad besliste toen namelijk dat wanneer burgers ook een individuele klacht kunnen indienen bij de (bestuurs)rechter, NGO’s niet over diezelfde zaak een procedure kunnen aanspannen bij de burgerlijke rechter. De Hoge Raad volgde de argumenten van het ministerie van binnenlandse zaken. Eerder had de Hoge Raad hetzelfde al bepaald in een civielrechtelijke zaak.  Dat lijkt misschien juridische haarkloverij, maar dat is het niet. Vooral voor gemarginaliseerde en gestigmatiseerde groepen is het nu veel moeilijker om op te komen voor hun rechten. Zij durven vaak niet zelf naar de rechter te gaan vanwege het stigma, uit angst voor negatieve sociale of andere gevolgen of omdat ze de kennis en de middelen niet hebben. Dan is het belangrijk dat NGO’s en bijvoorbeeld vakbonden, namens hen kunnen opkomen voor hun rechten.  
 
Illegale registratie van sekswerkers
Een actueel voorbeeld is de illegale registratie van sekswerkers door bijvoorbeeld Groningen. De Eerste Kamer heeft verplichte registratie van sekswerkers afgewezen vanwege privacybescherming. Maar Groningen stelt het toch verplicht. PROUD, de vakbond van sekswerkers, wil hiertegen namens de Groningse sekswerkers een proces aanspannen. De kans is echter groot dat de (civiele) rechter PROUD niet ontvankelijk verklaart met het argument dat de betrokken sekswerkers zelf maar een klacht moeten indienen. Maar dat betekent dat zij zich met naam en toenaam bekend moeten maken, iets wat de meeste sekswerkers nu juist niet willen vanwege het stigma. Je krijgt dan dus de rare situatie dat om hun privacy te beschermen ze eerst hun privacy moeten opgeven.
 
Vragen van het CEDAW-Comité
Alle reden dus om je druk te maken. Dat vond het CEDAW-Comité gelukkig ook. Bij monde van CEDAW-lid Niklas Bruun kreeg de minister hierover een kritische vraag. Het antwoord was dat dit nu eenmaal deel uitmaakte van ons institutionele stelsel (‘our institutional organisation’). Maar dat klopt dus niet. Dat zijn de momenten waarop je je realiseert hoe goed het is dat we daar met ons allen zitten – met bovendien een goede internet verbinding. Daardoor konden we snel even kortsluiten met Privacy First, onze Nederlandse privacy-waakhond NGO, en ter plekke een factsheet (met geluidsfragment van minister Bussemaker) voor het Comité maken over hoe het wel zat. Het is namelijk helemaal geen deel van ons institutioneel stelsel. Het is de Hoge Raad die dit heeft bepaald, daartoe aangezet door de minister van binnenlandse zaken. Bij de invoering van het artikel over ‘ groepsactie’ in ons Burgerlijke Wetboek was het juist de bedoeling van de wetgever om civielrechtelijke mogelijkheden voor NGO’s te creëren om in het algemeen belang te kunnen procederen, ook wanneer individueel belanghebbenden bij de bestuursrechter terecht konden. De uitspraak van de Hoge Raad gaat juist in tegen de oorspronkelijke bedoeling van de wet!
Het factsheet ligt inmiddels bij het Comité. Nu hopen dat het Comité erop terug komt in haar Concluding Observations!
Marjan Wijers, lid van het schrijfteam van de schaduwrapportage